woensdag 30 december 2015

Interventie

Ik word wakker, maar ben nog heel moe. Het is nog vroeg en ik kan de slaap niet meer vatten. Dit gebeurt wel vaker en meestal slaat dan de paniek toe. ‘Ik moet nu slapen, want over een uur of twee moet ik eruit en sta ik volop in de hectiek’. Nu is dat anders. Er komt een rust over me heen. Ik pak mijn boek en lees een paar bladzijden en ik val weer in slaap.

Het is juni 2010. Een paar dagen alleen. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit zolang alleen ben geweest. Toen ik afscheid had genomen van man en kinderen raakte ik eerst even in paniek. Red ik het alleen? Kan ik wel alleen zijn? Ga ik ze niet ongelofelijk missen? Vind ik mezelf wel leuk genoeg om zoveel dagen mee geconfronteerd te worden?

De motor van de sloep heeft een rustige cadans. Het landschap trekt langzaam aan mij voorbij. De hond zit tegenover me. Samen varen we langs de rietkragen van het mooie Friese landschap. De zon schijnt. Mijn huid wordt lekker warm. De wind waait. Mijn hoofd waait leeg. Geen zorgen voor, geen geschreeuw, geen geruzie, geen gedonderjaag en geen mamaaa. Heel langzaam begin ik mezelf weer te voelen.

Wat hoor ik eigenlijk te voelen als ik mezelf wil voelen? Ik weet het gewoon niet meer. Ik leef door andere mensen, maar leef ik ook door mezelf? Voel ik wel wat mijn eigen ritme is? Wat mijn eigen behoeften zijn? In alle rust en stilte. Ik kan me niet herinneren dat ik dat ooit heb gevoeld.

Daarom was deze week hard nodig. Interventie! Het ging weer helemaal mis. Mijn altijd aanwezige en zo vernietigende eetprobleem was zich weer in volle sterkte aan het manifesteren. Al maandenlang was ik me weer aan het vol eten om het er vervolgens weer uit te braken. Ik werd zwaarder en zwaarder. Voelde me doodongelukkig. Het beest had zich weer in het groot in mijn hoofd genesteld. Inclusief alle vernietigende oordelen. ‘Je bent het niet waard. Zie nou wel dat je niet sterker bent. Je bent zwak. Prop jezelf maar vol’. En je dan zo vreselijk rot voelen dat de enige opluchting nog is om jezelf te laten braken. Het liefst wilde ik achter een steen kruipen om er vervolgens weer achter vandaan te komen als alles voorbij was.

Bij het wakker worden kijk ik op de klok. Het is kwart voor negen. Ik heb voor het eerst sinds lange tijd uitgeslapen en word wakker in een stil huis. Het idee dat ik alles kan en mag op elk moment van de dag maakt me heel blij. Ik maak van het douchen een heel ritueel. Neem de tijd voor alle handelingen. Ben me er bewust van dat ik mezelf moet verzorgen en liefhebben. Het valt niet mee, omdat ik het moeilijk vind om mezelf en mijn lijf te accepteren.

Op de steiger tussen het riet aan de waterkant heb ik een beschutte plek gevonden om te gaan zitten. Wat is de natuur toch adembenemend mooi. Tranen springen in mijn ogen. Mijn hele wezen schreeuwt het uit: VOELEN. Ik leg mijn handdoek neer en doe de yogaoefeningen die ik onlangs geleerd heb. Ook dat is niet makkelijk. Ik voel de beperkingen van mijn lijf. Maar ik voel ook dat mijn lijf behoefte heeft aan de bewegingen. Ik troost mezelf met de gedachten dat het wel goed komt.

Ik krijg een ontmoeting met beelden uit het verleden en dat maakt veel duidelijk. Heb kennis mogen maken met mijn diepste zelf. Vanaf dat moment voel ik mij gevuld. Niet van het eten dit keer. Maar gevuld door het leven. Ik voel liefde. Veel liefde. Ik voel me mooi. Ik voel me vrouw. Maar ik voel me ook kwetsbaar. Toch ben ik niet bang voor die kwetsbaarheid. Ik aanvaard hem en overschreeuw hem niet.

Mijn laatste avond alleen. Ik zit op een terras aan het Slotermeer. De zon brandt op mijn rug en ik lees een boek. Mijn bestelling komt. Het avondeten. Ik kijk er naar, maak een foto en ga eten. Sinds lange tijd eet ik, omdat ik fysiek honger heb. Ik eet met liefde en vreugde. Proef bewust en intens. Ik durf te genieten en te voelen. Ik mag er zijn!