donderdag 10 april 2014

Haar oorlog

Ze kijkt om zich heen. Het huis is voor haar nog zo onbekend. Thuis zou ze zich weten te redden in een situatie als deze. Daar kent ze alle hoeken en gaten. Niet dat ze het ooit eerder had meegemaakt, maar toch.

Ze heeft niet veel tijd. Ze snelt zich naar de kant van de kamer waar een kastje staat. Daar gaat ze naast zitten en maakt zich heel klein. Het brommende geluid komt nu gevaarlijk dichterbij. Hoeveel het er zijn? Ze kan zich er geen voorstelling van maken. Dan kijkt ze naar het raam en ziet dat het ineens donker wordt. De lucht kleurt zwart. Het lawaai is oorverdovend.

De vliegtuigen lossen hun lading. Honderden bommen vallen neer in het weiland rondom de boerderij. De eerste Duitse bommen op Nederlands grondgebied in de Achterhoek. En daar zit ze. Dertien jaar en in betrekking bij een onbekende boerenfamilie.

Ze waren met zoveel kinderen thuis, zoveel monden te voeden, dat zodra de tijd rijp was de meisjes moesten gaan werken voor kost en inwoning bij een andere boer. Nog nooit was ze van huis geweest en nu was ze een tiener en moest ze van de een op de andere dag bij andere mensen gaan wonen en net zo hard werken als een volwassen kerel.

De grond trilt door de stortregen van bommen. Het stof komt door de kieren van het plafond. Ze ziet geen hand voor ogen. De materie bereikt haar longen en ze hoest onophoudelijk. Zachtjes begint ze te huilen en de tranen vormen kleine modderstroompjes over haar wangen. Ineens slaat de paniek volledig toe. Ze staat op en rent naar buiten.

In haar vlucht naar buiten ziet ze dat alle ramen van de boerderij gesprongen zijn. Ook de ramen van de stal iets verder zijn aan gruzelementen, maar wonder boven wonder zijn beide gebouwen verder niet beschadigd. In de verte hoort ze nog het gebrom van de vliegtuigen verstillen. Ze rent enkele rondjes om de boerderij in de hoop er iemand aan te treffen, maar al hijgend moet ze constateren dat ze alleen is. Het enige levende wezen op de koeien in de stal na, is de hond. Hij staat driftig blaffend naast haar.

Overmand door angst en eenzaamheid zakt ze in elkaar. Het huilen lijkt niet te stoppen. De hond probeert haar te troosten door haar hand te likken. Als dat niet blijkt te helpen, schuift hij met zijn kop tegen haar hoofd. Hij blijft dit herhalen, totdat zij stopt met huilen. Met haar vieze handen veegt ze haar tranen af. Ze neemt vervolgens afscheid van de hond en begint te lopen.

Ze loopt en loopt. Ze wil zo snel mogelijk naar huis, ondanks dat haar dat door haar moeder ten strengste verboden is. De zestien kilometer gaan in een tergend traag tempo. Regelmatig moet ze zich verschuilen voor passerende soldaten of overvliegende bommenwerpers. Naarmate ze dichterbij huis komt, slaat de angst haar om het hart. Wat zal ze aantreffen?

Het erf van haar ouders komt in zicht. Een rookpluim kringelt omhoog. Het zal toch niet, denkt ze. De laatste meters zet ze het op een rennen. Als ze dichtbij komt, ziet ze dat de boerderij van de buren in brand staat. Een Duits vliegtuig is vlak naast de boerderij neergestort. De ravage is gigantisch. De hele buurt probeert te redden wat er te redden valt. Mensen rennen door elkaar heen en ineens ziet ze haar moeder tussen alle mensen en valt haar onbedaarlijk huilend in de armen.

Vrijwel direct komt haar vlucht haar op een reprimande van haar moeder te staan. Dit was toch niet afgesproken? Ze mocht niet naar huis komen dat wist ze toch? Ze moest kosten wat het kost blijven bij de boer waar ze te werk was gesteld. Haar opmerking dat iedereen de boerderij had verlaten, kwam niet bij haar moeder binnen. Zonder pardon werd haar te kennen gegeven dat ze weer terug moest.

De avond valt, maar volgzaam aanvaard ze de terugtocht. De oorlog en haar strijd zijn in volle hevigheid losgebarsten.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen