donderdag 10 april 2014

Duivelse gedachten

In tijden van oorlog ben ik zo scherp van de tongriem gesneden dat ik menigeen de bibberaties doe toekomen. Maar ik heb geen compassie en deins niet terug, net zolang totdat ik heb gerealiseerd wat het beste is.

De medicus tegenover me bedient zich van allerlei hypotheses en denkt op die manier een oordeel te kunnen vellen over de situatie. Even ga ik met hem de discussie aan over het gevaar van het gebruiken van teveel veronderstellingen. Hij zakt nog wat verder onderuit in zijn stoel, zet zij hand onder zijn kin en met een smalend lachje wil hij mij duidelijk maken dat het in zijn professie heel gewoon is gebruik te maken van zoveel mogelijk hypotheses.

Inmiddels komt het stoom mij uit de oren en denk in een fractie van een seconde: ‘arme man, hij heeft geen idee wie hij tegenover zich heeft zitten. Ik oog namelijk kwetsbaar, zo vermoed ik. Heb wat makkelijks aangetrokken, mijn haar is te lang en ziet er niet uit. In mijn gezicht teken ik van de zorgen en ben ik verre van sprankelend’.

En dan wordt het tijd voor de aanval. Ik vertel precies aan de specialist tegenover me hoe het zit. Daarbij houd ik geen rekening met zijn jarenlange ervaring en geleerdheid. Niet uit arrogantie, maar omdat deze dame door de wol geverfd is en de dingen een stuk scherper ziet dan wie dan ook. Dat noemen ze levenservaring, daar kan menig geleerde een puntje aan zuigen.

Even moet ik lachen en denk terug aan het gesprek dat ik ooit heb gehad met een onderzoeker die bij mij een psychologische test had afgenomen. “Mevrouw, u heeft een foutloze verbale intelligentietest gemaakt. U zou een uitstekende strafpleiter zijn geworden”. Die route heb ik in mijn leven niet gekozen, maar het talent komt nu uitstekend van pas. Duivelse gedachten maken zich van mijn meester en ik trek denkbeeldig mijn toga aan. Ik scherp de aanval aan en trek de eerwaarde geleerde figuurlijk over de tafel met mijn scherpe en steekhoudende argumentatie.

Het kost hem moeite zijn meerdere in mij te erkennen, omdat hij geen gezichtsverlies wil lijden, maar hij buigt. Hij buigt dusdanig dat hij ingeeft in mijn wensen en eisen. De toga kan weer uit en ik haast me naar de kapper.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen