woensdag 15 mei 2013

Borsten


Al lange tijd ben ik me bewust van de macht van borsten. Niet dat ik altijd vriendjes ben geweest met die van mij, maar in de loop der jaren is onze relatie aanzienlijk verbeterd. Sterker nog. Ik ben me aan ze gaan hechten. En ondanks dat tand des tijds ze enigszins aangetast heeft, zijn we nog steeds een drie eenheid. Ik voel me er vrouwelijk en sexy door. Je kunt het, denk ik, wel vergelijken met wat de penis voor een man is. Ik geef alleen mijn Rocky Mountains geen koosnaampje.
Zwaar onder de indruk ben ik dan ook van het bericht van Angelina Jolie. Zij heeft een belangrijk deel van haar uiterlijke vrouwelijkheid preventief laten verwijderen, omdat de kans op borstkanker voor haar van 87% afnam naar 5%. Ze heeft dit nieuws gebracht in een column in The New York Times, omdat ze daarmee hoopt een voorbeeld te kunnen zijn voor andere vrouwen die ook voor de keus komen te staan.
Op 11-jarige leeftijd zat ik vooraan in de kerk te bidden dat ik “alsjeblieft lieve God” niet zulke exemplaren zou krijgen als mijn jongste tante. Die was gezegend met zulke enorme jetsers dat ik er bang van werd. Maar op de middelbare school begonnen die van mij toch zeer duidelijke vormen aan te nemen dat ik lange tijd wat gebukt door het leven ben gegaan. Je kunt je voorstellen dat ik al heel snel niet meer in god geloofde.
Maar de tijd verstreek en ik werd me zeer bewust van mijn vrouwelijkheid. Er was zelfs een moment dat ik mijn borsten ‘my unique selling points’ noemde. Daarnaast riep ik overigens altijd heel hard: ‘de kop verkoopt de kont’. Het is dus wel duidelijk dat ik mijn zelfvertrouwen haalde uit het bovenste gedeelte van mijn lichaam.
Inmiddels weet ik natuurlijk wel dat het niet alleen een kwestie van uiterlijk is, maar als morgen de dokter tegen mij zou zeggen dat mijn levensverwachting aanzienlijk verhoogd zou worden door het amputeren van mijn borsten zou ik wel een enorme klap in mijn gezicht krijgen. Ondanks dat ik om me heen heb gezien welke ellende borstkanker kan veroorzaken, lijkt me deze beslissing echt een helse keuze.
Mijn bewondering gaat dan ook uit naar alle vrouwen die deze beslissing hebben moeten nemen. Vrouwelijkheid zit niet alleen in borsten. Dat straal je uit, dat zit in je houding, dat zit in je kracht en in je karakter.

maandag 6 mei 2013

Verbonden door een onzichtbaar draadje



Zaterdagmorgen heel vroeg ging ik de jungle in die Albert Heijn heet. Ik zat niet zo lekker in mijn vel. Te weinig geslapen. Zeg maar kwestie van algehele malaise.

Was ik dan in het bekende 'gat' gevallen? Veel mensen waarschuwden me ervoor. "Als 'Gouden Moment' er straks is, zul je wel in een gat vallen", hoorde ik dan. "Nou voorlopig nog niet, want er moet nog heel veel gebeuren. Eerst maar eens zorgen dat we het gaan verkopen", zei ik dan.

Chagrijnig liep ik langs de schappen me we wat te ergeren aan het hamsteren van mijn medemens. Zo snel als ik kon, haastte ik me door de winkel en heel rap naar de zelfscankassa. Pff, gelukkig geen controle, hoefde ik ook niet te praten tegen het winkelpersoneel.

Bij de servicebalie pakte ik nog de zaterdagkranten mee, die ging ik straks nog even lekker uitpluizen. Geïrriteerd keek ik waar het personeel bleef. "Hey hoi!", zei hij. Ik keek naast me. Daar stond een leuke man met downsyndroom van begin twintig schat ik. "Ik heb een bloemetje gekocht voor mijn moeder!" "Oh ja? Daar al ze vast heel blij mee zijn", zei ik. "Ja, is alvast voor moederdag! Nou doei" En weg was hij.

Ik keek hem even na. Het leek alsof een onzichtbaar draadje me met hem verbond. De tranen sprongen in mijn ogen. Het liefst was ik met hem meegegaan.

maandag 25 februari 2013

De vlucht


De Vlucht

Kom meisje, word wakker! We moeten nu gaan. Kijk, ik heb hier je jas. Het is midden in de nacht. Buiten is het aardedonker en koud. Mijn moeder is helemaal aangekleed en helpt mij in mijn jas. Ze neemt mij mee naar beneden. Daar trekt ze mijn schoenen aan en we lopen samen naar buiten. De wind waait flink en ik voel de kou door mijn dunne pyjamabroek heen. Ze zet mij in de auto en we rijden weg van ons huis. Eenmaal in de koude auto schudt de ernst van de situatie mij keihard wakker. Wij zijn op de vlucht!
   De weg tussen het dorp waar wij wonen en de grote stad is nauwelijks verlicht. Alle bewegingen die we zien, doen ons hart sneller kloppen. Ik kijk continue door het achterraam van de auto naar buiten om te controleren of we niet gevolgd worden. Iedere passerende auto kan gevaar betekenen. Hebben we nog genoeg tijd om veilig aan te komen? Hoe groot is de dreiging en wat staat ons nog te wachten? Wat er ook nog staat te gebeuren, het kan toch niet erger zijn dan de afgelopen jaren?

Op weg naar de verjaardag van mijn tante in de auto begon het al. Weer een ruzie. Uiteraard ingegeven door een flinke hoeveelheid drank. Ineens na veel woorden, viel het weer een tijdje stil. Een ijzige stilte. Ik zat op de achterbank, alleen.
   Het was een prachtige dag in oktober. Die dag gingen we sinds lange tijd weer eens iets samen doen. Mijn vader, mijn moeder en ik. De spanning was altijd te snijden. Maar toch, tegen beter weten in, probeerden we het iedere keer weer. Misschien was het verlangen naar een gewoon gezinsleven bij ons alle drie even groot. Maar het was kansloos dat wist ik. Het was voor mij niet nieuw. Ik was tien jaar oud en wist niet beter dan dat mijn ouders ruzie hadden.
   Plotseling was daar die uitbarsting op de terugweg. Mijn vader trok aan het stuur. Gelukkig kon mijn moeder, die achter het stuur zat, de auto nog in het rechte spoor houden. Vervolgens gooide hij de autodeur open en dreigde eruit te springen. Mijn moeder reageerde door vaart te minderen. Dat was het signaal voor hem om te springen. Ik krijg jullie nog wel., hoorden we hem nog roepen.

We zien de flat waar mijn oom en tante wonen. Snel parkeren we de auto bij een andere flat en rennen door het plantsoen naar het gebouw van mijn oom en tante. Ik haal mijn pyjama en benen open aan de rozebottelstruiken. In het schijnsel van het licht van de flatportiek staan wij te wachten tot de deur open gaat. Ons hart klopt in onze keel. Eindelijk veilig binnen met de deur op slot barsten wij allebei in huilen uit. Dan horen wij geschreeuw onder aan het flatgebouw. Ik schiet jullie kapot!, mijn vader staat beneden met een pistool te zwaaien. In de verte zie ik de zwaailichten van de politieautos.

zondag 20 januari 2013

Een wezenlijke ontmoeting met VanVelzen


Rustig en gedwee laat hij alles over zich heen komen. Eerst krijgt hij andere kleding aangemeten. Dan zet  de visagiste hem in haar stoel en gaat met haar kwasten aan de slag. Ik kom als een wervelwind binnen en stel me aan hem voor. De ontmoeting is een andere dan dat ik gewend ben. Hij geeft schoorvoetend een hand en blijft naar beneden kijken. Er heerst een oorverdovende stilte. Direct ken ik mijn plaats en is het duidelijk dat ik me wat nederiger moet opstellen. Even vang ik zijn blik en word direct geraakt in mijn hart. Ik heb kennis gemaakt met Daniël.
Daniël praat niet of nauwelijks moet ik zeggen. Heel af en toe spreekt hij een woord als dankjewel. Maar meer dan dat zegt hij niet. Zijn zachtheid valt mij meteen op. Een lieve, kwetsbare jongen. Een mooie jongen. Een jongen van vijftien met downsyndroom. Hij mag vandaag voor het fotoboek ‘Gouden Moment’ op de foto met zijn idool VanVelzen.
VanVelzen pakt een gitaar die in de fotostudio ligt en begint te musiceren. Regelmatig stemt hij met de moeder van Daniël af welk liedje hij zal gaan zingen. Daniël geniet in stilte. Soms kijkt hij een beetje schalks opzij naar VanVelzen en schenkt hem een glimlach. Het is duidelijk dat de muziek hen verbindt.
Voordat de twee afscheid nemen, probeert VanVelzen Daniël nog wat te laten zeggen. Ze oefenen ‘hoi’ in verschillende toonhoogten. Daniël laat het vooral aan de zanger over om het woord te laten resoneren. Maar nadat VanVelzen was vertrokken stond Daniël nog minuten lang precies datgene na te doen wat VanVelzen hem had geleerd. En zelfs in de dagen die erop volgen heeft hij meer gesproken dan dat hij ooit in zijn leven heeft gedaan. De ontmoeting met VanVelzen heeft een belangrijke impact gehad op de lieve, kwetsbare Daniël.
Kijk Meneer Henk Krol, dan doe je pas echt iets wezenlijks voor de medemens. U maakt alleen maar veel ophef over de besneeuwde stoepen. Misschien moet u zich druk gaan maken over hoe u echt iets kunt betekenen voor de medemens in plaats van u druk te maken over het schoonvegen van uw eigen of andermans stoepje.

donderdag 10 januari 2013

Wegdrijvende lunches en andere voedselmythes


Je kunt het zo gek niet bedenken of ik heb het gedaan! En dan heb ik het over niets anders dan diëten. Ooit, toen ik nog een graatmagere tiener was, bedacht ik me dat ik te dik was. Terwijl ik iedere dag 12 kilometer heen en ook weer 12 kilometer terug van huis naar school moest fietsen, het druk had met diezelfde school en allerlei andere sociale verplichtingen bezigde, besloot ik toentertijd te leven op een appel per dag. Uiterst onverstandig vind ik nu, maar toen vond ik het een briljant idee.
Een bezoek van een jaar aan een highschool in Amerika deed de situatie niet veel goeds. Aangezien ze daar echt niet weten wat normaal eten is, bestond mijn ontbijt uit anderhalve liter Dr Pepper en te zoete cornflakes. Vervolgens kregen we tijdens de pauze een schoollunch op een dienblad voorgeschoteld. Je moest oppassen dat de lasagna niet van je blad dreef. En het avondeten bestond uit pizza of een bak Kentucky Fried Chicken.
Terug in Nederland begon het jojo-en. Van brood-dieet naar de zakjes van Modifast. Van Montignac naar South Beach. En van Atkins naar Cambridge. En daar tussen en na zaten er nog een aantal andere exotische dieet varianten. Bij al die pogingen vlogen er echt wel kilo’s af en kwamen er in de loop der jaren ook weer velen bij.  Maar het belangrijkste was dat geen enkele poging blijvend resultaat bood. Sterker nog. Het werd er alleen maar erger door.
De Volkskrant legt woensdag allerlei voedselmythen langs de meetlat. Door de jaren heen hebben we van alles geprobeerd om gezonder te gaan leven. We hebben ons blijkt, allerlei onzin laten aansmeren. Zo bestaat er bijvoorbeeld geen wetenschappelijke basis voor ‘ontgiften’. Bleken antioxidanten te beschermen tegen kanker, maar te veel aan deze ‘oxi’s’ schijnt erger te zijn dan de kwaal. En de ene keer moet je de koolhydraten in de ban moet doen en de andere keer weer de vezels om te willen afvallen. Oh ja, en dan is het overigens ook nog belangrijk dat we ons bloed laten onderzoeken voor het bloedgroepen dieet, dat eigenlijk wetenschappelijk ook niet hard te maken is.
Alle diëten, voedselmythen en goede voornemens te spijt, maar ik geloof er niet meer in. Ik geloof in de oud-Hollandse wijsheid van ieder pondje gaat door het mondje. Normaal eten en meer bewegen, dat is nu mijn credo. Wederom een briljant idee, maar dit keer wel verstandig.