donderdag 28 juni 2012

Over de streep

Marchiano en Radjoe lopen heel vaak over de streep. Van Marchiano wordt beweerd dat hij homo is en de vijftien jarige Radjoe speelt vanaf zijn negende met het idee om zelfmoord te plegen. Beide jongens zijn veel gepest. De pijn en het verdriet is van de gezichten af te lezen. Op hun school is het Challenge Day, een oplossing voor pestgedrag en onbegrip door leerlingen te laten inzien dat ze meer met elkaar gemeen hebben dan ze denken. De centrale vraag is: wat weten we eigenlijk van elkaar. Tijdens het programma ‘Over de streep’ mogen wij meekijken hoe het proces verloopt.
Van het begin tot het eind ben ik in tranen bij het bekijken ervan. Het verdriet, maar ook de moed van de jongeren die er aan mee doen raakt mij enorm. Het raakt mij omdat ik het heel moeilijk vind om andermans verdriet te zien. Als iemand huilt, dan kun je er vergif op innemen dat ik ook mee ga zitten brullen. Maar het raakt mij ook, omdat ik weet dat als ik mee zou doen aan het programma ik ook regelmatig over de streep zou lopen.
Tijdens het kijken realiseer ik me dat ik zou willen dat niet alleen op middelbare scholen deze Challenge Day zou worden aangeboden. Ik denk namelijk dat het voor volwassen ook heel goed zou zijn om in deze vorm wat meer respect te krijgen voor de ander. Er wordt door volwassen ook zo vaak veroordeeld en geoordeeld.
Ik mocht het zelf afgelopen weekend nog ervaren. Iemand kwetste mij ter faveure van zichzelf in een vol restaurant. Hij had geen idee hoe hard zijn woorden mij raakten. Als hij even de moeite had genomen zich te verdiepen in mij, dan had hij geweten dat hij het nooit had moeten zeggen. Maar nee, te druk met zichzelf, te druk om zichzelf beter te laten voelen en te makkelijk over iemand heen walsen.
Gelukkig kan ik dat zo zien en heb ik veerkracht genoeg, maar hoeveel mensen zijn er niet die zich wel uit het veld laten slaan door woorden, door uitsluiting of door belediging?  En misschien voert het wel te ver, maar er zijn in het verleden toch miljoenen mensen vermoord, omdat ze misschien in de ogen van een ander anders waren en er dus niet mochten zijn?
Wat mij betreft mag een Challenge Day verplichte kost worden op middelbare scholen, bedrijven, sportclubs en andere gremia waar mensen veelvuldig met elkaar samen zijn. Als ik zie wat zo’n dag, op de lange termijn teweeg brengt, dan vind ik het een prachtige manier om mensen bewust te laten worden van hun gedrag en het effect dat dat heeft op anderen. En zorgt dat er misschien voor dat we wat meer respect en begrip gaan hebben voor elkaar.

woensdag 20 juni 2012

Verdraagzaamheid


‘Eens zal deze verschrikkelijke oorlog toch wel afgelopen zijn? Eens zullen wij toch weer mensen en niet alleen joden zijn?, schreef Anne Frank in haar dagboek. De quote staat in grote letters op de muur in het Anne Frankhuis. Het raakte me. Het anders zijn en niet geaccepteerd worden. De zondebok zoeken en aanwijzen. Waarom? Waarom gewoon niet een mens zien en accepteren als een mens. Met alle goede en slechte eigenschappen, met goede en foute keuzes, met kwaliteiten en tekortkomingen.

Dit jaar was er rond dodenherdenking veel ophef over een gedicht van de vijftien jarige Auke. Hij toonde lef door een gevoelig onderwerp aan te snijden. Hij schreef over zijn oudoom die in de tweede wereldoorlog koos voor deelname aan de SS. Het gedicht zou op 4 mei voorgelezen worden op de dam in Amsterdam. Veel mensen en organisaties kwamen in opstand en er werd besloten het gedicht niet voor te gelezen. Auke vertelde aan een journalist van het NRC Handelsblad “Ik wilde laten zien dat oorlog alleen verliezers kent: aan de goede én de verkeerde kant. Hoe kunnen wij leren van onze fouten als wij die fouten niet mogen benoemen?

Heel veel oudere mensen reageerden zeer emotioneel op het gedicht. Zij vonden het niet te verkroppen dat mensen die verkeerde keuzes maakten in oorlogstijd herdacht zouden worden. Maar het is altijd voor iedereen moeilijk om keuzes te maken. Laat staan in oorlogstijd en onder grote druk en spanning. Zou Anne die zo graag als mens gezien wilde worden en niet alleen maar als jood, gewild hebben dat een NSB-er of een SS-er altijd als een NSB-er of SS-er gezien zou worden?

Ik zag een documentaire over mannen die tijdens de oorlog te werk waren gesteld in Duitsland. Bij terugkeer in Nederland, na de oorlog, zijn deze mannen verkettert. Zij werden uitgemaakt voor lafaards, omdat ze voor de vijand gewerkt hadden. Nu 67 jaar na dato zag je nog steeds het verdriet in de ogen van deze inmiddels hoogbejaarde mannen. Ze hebben er nooit over durven praten wat ze is overkomen en waarom ze tijdens de oorlogstijd de keuze maakten om af te reizen naar vijandelijk gebied.

Anne en Auke zijn op hun eigen manier met de oorlog bezig geweest. Het is totaal niet met elkaar te vergelijken. Maar ze hebben een overeenkomst. Ze zijn beide zeer wijs voor hun leeftijd. Daar kunnen veel volwassen nog wat van leren. Anne schrijft in haar dagboek: ‘Ik weet wat ik wil, heb een doel, heb een mening, heb een geloof en een liefde.’ En die laatste mis ik tegenwoordig nog wel eens. Want zouden we meer met liefde kijken naar het verleden, naar het heden en naar de mensen die er leven, dan zouden we elkaar meer accepteren met al onze goede en slechte eigenschappen en niet zo oordelen en veroordelen.